Woordenlijst

Leer werkwoorden – Afrikaans

cms/verbs-webp/115628089.webp
voorberei
Sy berei ’n koek voor.
bereiden
Ze bereidt een taart.
cms/verbs-webp/103163608.webp
tel
Sy tel die muntstukke.
tellen
Ze telt de munten.
cms/verbs-webp/92384853.webp
geskik wees
Die pad is nie geskik vir fietsryers nie.
geschikt zijn
Het pad is niet geschikt voor fietsers.
cms/verbs-webp/101765009.webp
vergesel
Die hond vergesel hulle.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
cms/verbs-webp/111892658.webp
lewer
Hy lewer pizzas by huise af.
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
cms/verbs-webp/77572541.webp
verwyder
Die ambagsman het die ou teëls verwyder.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
cms/verbs-webp/129235808.webp
luister
Hy luister graag na sy swanger vrou se maag.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
cms/verbs-webp/99455547.webp
aanvaar
Sommige mense wil nie die waarheid aanvaar nie.
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
cms/verbs-webp/30314729.webp
ophou
Ek wil nou begin ophou rook!
stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!
cms/verbs-webp/101383370.webp
uitgaan
Die meisies hou daarvan om saam uit te gaan.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
cms/verbs-webp/130938054.webp
bedek
Die kind bedek homself.
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
cms/verbs-webp/104759694.webp
hoop
Baie mense hoop vir ’n beter toekoms in Europa.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.