Woordenlijst
Leer werkwoorden – Portugees (BR)
pensar
Você tem que pensar muito no xadrez.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
aparecer
Um peixe enorme apareceu repentinamente na água.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
nomear
Quantos países você pode nomear?
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
conversar
Eles conversam um com o outro.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
esperar
Muitos esperam por um futuro melhor na Europa.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
progredir
Caracóis só fazem progresso lentamente.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
dar à luz
Ela dará à luz em breve.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
criar
Ele criou um modelo para a casa.
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
contar
Ela me contou um segredo.
vertellen
Ze vertelde me een geheim.
tocar
Quem tocou a campainha?
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?
preparar
Ela está preparando um bolo.
bereiden
Ze bereidt een taart.