Woordenlijst

Leer werkwoorden – Portugees (BR)

cms/verbs-webp/119425480.webp
pensar
Você tem que pensar muito no xadrez.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
cms/verbs-webp/115373990.webp
aparecer
Um peixe enorme apareceu repentinamente na água.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
cms/verbs-webp/98977786.webp
nomear
Quantos países você pode nomear?
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
cms/verbs-webp/115113805.webp
conversar
Eles conversam um com o outro.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
cms/verbs-webp/104759694.webp
esperar
Muitos esperam por um futuro melhor na Europa.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
cms/verbs-webp/55372178.webp
progredir
Caracóis só fazem progresso lentamente.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
cms/verbs-webp/104849232.webp
dar à luz
Ela dará à luz em breve.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
cms/verbs-webp/110233879.webp
criar
Ele criou um modelo para a casa.
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
cms/verbs-webp/120368888.webp
contar
Ela me contou um segredo.
vertellen
Ze vertelde me een geheim.
cms/verbs-webp/59121211.webp
tocar
Quem tocou a campainha?
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?
cms/verbs-webp/115628089.webp
preparar
Ela está preparando um bolo.
bereiden
Ze bereidt een taart.
cms/verbs-webp/79046155.webp
repetir
Pode repetir, por favor?
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?