Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
mix
Various ingredients need to be mixed.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
take
She has to take a lot of medication.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
get by
She has to get by with little money.
rondkomen
Ze moet rondkomen met weinig geld.
push
The car stopped and had to be pushed.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
taste
This tastes really good!
smaken
Dit smaakt echt goed!
drive
The cowboys drive the cattle with horses.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
feel
She feels the baby in her belly.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
destroy
The files will be completely destroyed.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
hang down
The hammock hangs down from the ceiling.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
ask
He asks her for forgiveness.
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.
leave speechless
The surprise leaves her speechless.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.