Woordenlijst

Leer werkwoorden – Afrikaans

cms/verbs-webp/119613462.webp
verwag
My suster verwag ’n kind.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
cms/verbs-webp/100298227.webp
omhels
Hy omhels sy ou pa.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
cms/verbs-webp/61245658.webp
spring uit
Die vis spring uit die water.
uitspringen
De vis springt uit het water.
cms/verbs-webp/75423712.webp
verander
Die lig het groen verander.
veranderen
Het licht veranderde in groen.
cms/verbs-webp/44848458.webp
stop
Jy moet by die rooi lig stop.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
cms/verbs-webp/68779174.webp
verteenwoordig
Prokureurs verteenwoordig hulle kliënte in die hof.
vertegenwoordigen
Advocaten vertegenwoordigen hun cliënten in de rechtbank.
cms/verbs-webp/114993311.webp
sien
Jy kan beter sien met brille.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
cms/verbs-webp/108556805.webp
kyk af
Ek kon van die venster af op die strand afkyk.
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
cms/verbs-webp/92145325.webp
kyk
Sy kyk deur ’n gat.
kijken
Ze kijkt door een gat.
cms/verbs-webp/58292283.webp
eis
Hy eis vergoeding.
eisen
Hij eist compensatie.
cms/verbs-webp/97188237.webp
dans
Hulle dans ’n tango uit liefde.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
cms/verbs-webp/125319888.webp
bedek
Sy bedek haar hare.
bedekken
Ze bedekt haar haar.