Woordenlijst
Leer werkwoorden – Noors
finne veien
Jeg kan finne veien godt i en labyrint.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
ri
De rir så fort de kan.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
overvåke
Alt overvåkes her av kameraer.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
diskutere
De diskuterer planene sine.
bespreken
Ze bespreken hun plannen.
sende av gårde
Hun vil sende brevet nå.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
produsere
Vi produserer vår egen honning.
produceren
We produceren onze eigen honing.
føle
Hun føler babyen i magen sin.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
like
Barnet liker den nye leken.
leuk vinden
Het kind vindt het nieuwe speelgoed leuk.
ansette
Søkeren ble ansatt.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
stille ut
Moderne kunst blir stilt ut her.
tentoonstellen
Hier wordt moderne kunst tentoongesteld.
reparere
Han ønsket å reparere kabelen.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.