Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/114091499.webp
træne
Hunden bliver trænet af hende.
trainen
De hond wordt door haar getraind.
cms/verbs-webp/94193521.webp
dreje
Du må gerne dreje til venstre.
draaien
Je mag naar links draaien.
cms/verbs-webp/1422019.webp
gentage
Min papegøje kan gentage mit navn.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
cms/verbs-webp/110045269.webp
fuldføre
Han fuldfører sin joggingrute hver dag.
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.
cms/verbs-webp/17624512.webp
vænne sig til
Børn skal vænne sig til at børste tænder.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
cms/verbs-webp/106279322.webp
rejse
Vi kan godt lide at rejse gennem Europa.
reizen
We reizen graag door Europa.
cms/verbs-webp/72855015.webp
modtage
Hun modtog en meget flot gave.
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
cms/verbs-webp/77572541.webp
fjerne
Håndværkeren fjernede de gamle fliser.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
cms/verbs-webp/102823465.webp
vise
Jeg kan vise et visum i mit pas.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
cms/verbs-webp/41918279.webp
løbe væk
Vores søn ville løbe væk hjemmefra.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
cms/verbs-webp/100965244.webp
kigge ned
Hun kigger ned i dalen.
naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.
cms/verbs-webp/84847414.webp
passe
Vores søn passer rigtig godt på sin nye bil.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.