Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
horen
Ik kan je niet horen!
uitspringen
De vis springt uit het water.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
controleren
De tandarts controleert de tanden.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.