Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
draaien
Je mag naar links draaien.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
verlaten
Toeristen verlaten het strand rond de middag.
drinken
De koeien drinken water uit de rivier.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.