Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.
kussen
Hij kust de baby.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.