Woordenlijst
Italiaans – Werkwoorden oefenen
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.
besmet raken
Ze raakte besmet met een virus.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.