Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
tellen
Ze telt de munten.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
meerijden
Mag ik met je meerijden?
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.