Woordenlijst
Duits – Werkwoorden oefenen
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
liggen
De kinderen liggen samen in het gras.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
genieten
Ze geniet van het leven.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
out-of-the-box denken
Om succesvol te zijn, moet je soms out-of-the-box denken.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.