Woordenlijst
Litouws – Werkwoorden oefenen
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
meenemen
We hebben een kerstboom meegenomen.
uitgaan
Ze stapt uit de auto.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
bereiden
Ze bereidde hem groot plezier.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.