Woordenlijst
Afrikaans – Werkwoorden oefenen
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
winnen
Hij probeert te winnen met schaken.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
drukken
Hij drukt op de knop.
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.
kwaadspreken
De klasgenoten spreken kwaad over haar.