Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/81885081.webp
bruligi
Li bruligis alumeton.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
cms/verbs-webp/119613462.webp
atendi
Mia fratino atendas infanon.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
cms/verbs-webp/104818122.webp
ripari
Li volis ripari la kabelon.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
cms/verbs-webp/23468401.webp
engaĝiĝi
Ili sekrete engaĝiĝis!
verloven
Ze hebben stiekem verloofd!
cms/verbs-webp/97119641.webp
pentri
La aŭto estas pentrita blua.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
cms/verbs-webp/102853224.webp
kunigi
La lingva kurso kunigas studentojn el ĉiuj mondpartoj.
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
cms/verbs-webp/83548990.webp
reveni
La bumerango revenis.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
cms/verbs-webp/121180353.webp
perdi
Atendu, vi perdis vian monujon!
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
cms/verbs-webp/120282615.webp
investi
En kion ni devus investi nian monon?
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
cms/verbs-webp/61806771.webp
alporti
La mesaĝisto alportas pakaĵon.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
cms/verbs-webp/79046155.webp
ripeti
Ĉu vi bonvolus ripeti tion?
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?
cms/verbs-webp/130288167.webp
purigi
Ŝi purigas la kuirejon.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.