Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/124525016.webp
esti malantaŭ
La tempo de ŝia juneco estas malantaŭ.
achterliggen
De tijd van haar jeugd ligt ver achter haar.
cms/verbs-webp/110401854.webp
trovi loĝejon
Ni trovis loĝejon en malmultekosta hotelo.
onderdak vinden
We vonden onderdak in een goedkoop hotel.
cms/verbs-webp/125376841.webp
rigardi
Dum la ferioj, mi rigardis multajn vidaĵojn.
bekijken
Op vakantie heb ik veel bezienswaardigheden bekeken.
cms/verbs-webp/125884035.webp
surprizi
Ŝi surprizis siajn gepatrojn per donaco.
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
cms/verbs-webp/51465029.webp
malantaŭi
La horloĝo malantaŭas kelkajn minutojn.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
cms/verbs-webp/88597759.webp
premi
Li premas la butonon.
drukken
Hij drukt op de knop.
cms/verbs-webp/130938054.webp
kovri
La infano kovras sin.
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
cms/verbs-webp/120254624.webp
gvidi
Li ĝuas gvidi teamon.
leiden
Hij leidt graag een team.
cms/verbs-webp/27076371.webp
aparteni
Mia edzino apartenas al mi.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
cms/verbs-webp/83548990.webp
reveni
La bumerango revenis.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
cms/verbs-webp/120801514.webp
manki
Mi tre mankos vin!
missen
Ik zal je zo erg missen!
cms/verbs-webp/67095816.webp
kunlokiĝi
La du planas kunlokiĝi baldaŭ.
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.