Woordenlijst
Leer werkwoorden – Bosnisch
prihvatiti
Neki ljudi ne žele prihvatiti istinu.
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
čuti
Ne mogu te čuti!
horen
Ik kan je niet horen!
završiti
Kako smo završili u ovoj situaciji?
terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?
sjediti
Mnogo ljudi sjedi u sobi.
zitten
Er zitten veel mensen in de kamer.
platiti
Ona plaća online kreditnom karticom.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
propustiti
Treba li izbjeglice propustiti na granicama?
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
tražiti
Policija traži počinitelja.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
služiti
Psi vole služiti svojim vlasnicima.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
odgovoriti
Ona je odgovorila pitanjem.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
prekriti
Dijete se prekriva.
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
očekivati
Moja sestra očekuje dijete.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.