Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans
stuur
Die goedere sal in ’n pakkie aan my gestuur word.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
’n toespraak gee
Die politikus gee ’n toespraak voor baie studente.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
antwoord
Die student antwoord die vraag.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
vra
Hy vra haar om vergifnis.
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.
spring oor
Die atleet moet oor die hindernis spring.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
uitgaan
Die meisies hou daarvan om saam uit te gaan.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
moet gaan
Ek het dringend vakansie nodig; ek moet gaan!
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
stel voor
Die vrou stel iets aan haar vriendin voor.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
publiseer
Advertensies word dikwels in koerante gepubliseer.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
sluit
Sy sluit die gordyne.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
soek na
Die polisie soek na die dader.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.