Woordenlijst
Engels (US) – Bijwoordenoefening
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
bijna
Ik raakte bijna!
uit
Ze komt uit het water.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
in
Ze springen in het water.
al
Hij slaapt al.
altijd
Hier was altijd een meer.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.