Woordenlijst
Engels (US) – Bijwoordenoefening
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
samen
We leren samen in een kleine groep.
half
Het glas is half leeg.
iets
Ik zie iets interessants!
nooit
Men moet nooit opgeven.
altijd
Hier was altijd een meer.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
niet
Ik hou niet van de cactus.
bijna
De tank is bijna leeg.
weg
Hij draagt de prooi weg.