Woordenlijst
Engels (US) – Bijwoordenoefening
daar
Het doel is daar.
buiten
We eten vandaag buiten.
weg
Hij draagt de prooi weg.
niet
Ik hou niet van de cactus.
echt
Kan ik dat echt geloven?
links
Aan de linkerkant zie je een schip.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
samen
De twee spelen graag samen.
al
Hij slaapt al.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.