Woordenlijst
Engels (US) – Bijwoordenoefening
samen
We leren samen in een kleine groep.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
in
De twee komen binnen.
altijd
Hier was altijd een meer.
weg
Hij draagt de prooi weg.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.