Woordenlijst
Engels (US) – Bijwoordenoefening
iets
Ik zie iets interessants!
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
niet
Ik hou niet van de cactus.
eerst
Veiligheid komt eerst.
al
Hij slaapt al.
te veel
Het werk wordt me te veel.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
links
Aan de linkerkant zie je een schip.
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
daar
Het doel is daar.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.