Woordenlijst
Thai – Bijwoordenoefening
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
altijd
Hier was altijd een meer.
te veel
Het werk wordt me te veel.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
samen
We leren samen in een kleine groep.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
uit
Ze komt uit het water.