Woordenlijst
Thai – Bijwoordenoefening
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
nooit
Men moet nooit opgeven.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
bijna
Ik raakte bijna!
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.