Woordenlijst
Thai – Bijwoordenoefening
al
Hij slaapt al.
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
gratis
Zonne-energie is gratis.
net
Ze is net wakker geworden.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
te veel
Het werk wordt me te veel.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
niet
Ik hou niet van de cactus.
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.