Woordenlijst
Thai – Bijwoordenoefening
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
niet
Ik hou niet van de cactus.
gisteren
Het regende hard gisteren.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
bijna
Ik raakte bijna!
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.