Woordenlijst
Thai – Bijwoordenoefening
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
altijd
Hier was altijd een meer.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
samen
De twee spelen graag samen.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
niet
Ik hou niet van de cactus.
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
echt
Kan ik dat echt geloven?