Woordenlijst
Koreaans – Bijwoordenoefening
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
bijna
De tank is bijna leeg.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
iets
Ik zie iets interessants!
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
buiten
We eten vandaag buiten.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
te veel
Het werk wordt me te veel.