Woordenlijst
Roemeens – Bijwoordenoefening
samen
De twee spelen graag samen.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
al
Het huis is al verkocht.
in
Ze springen in het water.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
samen
We leren samen in een kleine groep.
bijna
De tank is bijna leeg.