Woordenlijst
Roemeens – Bijwoordenoefening
samen
De twee spelen graag samen.
altijd
Hier was altijd een meer.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
daar
Het doel is daar.
bijna
De tank is bijna leeg.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
links
Aan de linkerkant zie je een schip.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
net
Ze is net wakker geworden.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.