Woordenlijst
Roemeens – Bijwoordenoefening
maar
Het huis is klein maar romantisch.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
samen
De twee spelen graag samen.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
iets
Ik zie iets interessants!
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
bijna
De tank is bijna leeg.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.