Woordenlijst
Tsjechisch – Bijwoordenoefening
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
al
Het huis is al verkocht.
weg
Hij draagt de prooi weg.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
buiten
We eten vandaag buiten.
altijd
Hier was altijd een meer.
samen
De twee spelen graag samen.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
nooit
Men moet nooit opgeven.