Woordenlijst
Afrikaans – Bijwoordenoefening
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
in
Ze springen in het water.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
nooit
Men moet nooit opgeven.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
uit
Ze komt uit het water.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
al
Het huis is al verkocht.