Woordenlijst
Afrikaans – Bijwoordenoefening
bijna
De tank is bijna leeg.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
al
Hij slaapt al.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
te veel
Het werk wordt me te veel.
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
erg
Het kind is erg hongerig.
bijna
Het is bijna middernacht.
iets
Ik zie iets interessants!
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.