Woordenlijst
Afrikaans – Bijwoordenoefening
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
samen
We leren samen in een kleine groep.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
eerst
Veiligheid komt eerst.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
een beetje
Ik wil een beetje meer.