Woordenlijst
Afrikaans – Bijwoordenoefening
bijna
Ik raakte bijna!
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
weg
Hij draagt de prooi weg.
iets
Ik zie iets interessants!
buiten
We eten vandaag buiten.
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
net
Ze is net wakker geworden.
samen
De twee spelen graag samen.
in
De twee komen binnen.
gisteren
Het regende hard gisteren.
samen
We leren samen in een kleine groep.