Woordenlijst
Afrikaans – Bijwoordenoefening
altijd
Hier was altijd een meer.
samen
We leren samen in een kleine groep.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
samen
De twee spelen graag samen.
nu
Moet ik hem nu bellen?
half
Het glas is half leeg.
erg
Het kind is erg hongerig.
in
Ze springen in het water.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
in
De twee komen binnen.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.