Woordenlijst
Spaans – Bijwoordenoefening
maar
Het huis is klein maar romantisch.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
te veel
Het werk wordt me te veel.
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
veel
Ik lees inderdaad veel.
even
Deze mensen zijn verschillend, maar even optimistisch!
weg
Hij draagt de prooi weg.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.