Woordenlijst
Spaans – Bijwoordenoefening
gisteren
Het regende hard gisteren.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
samen
We leren samen in een kleine groep.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
eerst
Veiligheid komt eerst.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
half
Het glas is half leeg.
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.