Woordenlijst
Spaans – Bijwoordenoefening
veel
Ik lees inderdaad veel.
al
Het huis is al verkocht.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
even
Deze mensen zijn verschillend, maar even optimistisch!
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.