Woordenlijst
Spaans – Bijwoordenoefening
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
samen
We leren samen in een kleine groep.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
half
Het glas is half leeg.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
buiten
We eten vandaag buiten.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.