Woordenlijst
Spaans – Bijwoordenoefening
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
nu
Moet ik hem nu bellen?
nooit
Men moet nooit opgeven.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
bijna
Het is bijna middernacht.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
veel
Ik lees inderdaad veel.
correct
Het woord is niet correct gespeld.