Woordenlijst
Spaans – Bijwoordenoefening
weg
Hij draagt de prooi weg.
samen
De twee spelen graag samen.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
te veel
Het werk wordt me te veel.
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
samen
We leren samen in een kleine groep.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
veel
Ik lees inderdaad veel.
gratis
Zonne-energie is gratis.