Woordenlijst
Arabisch – Bijwoordenoefening
gisteren
Het regende hard gisteren.
daar
Het doel is daar.
net
Ze is net wakker geworden.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
bijna
Het is bijna middernacht.
al
Hij slaapt al.