Woordenlijst
Arabisch – Bijwoordenoefening
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
half
Het glas is half leeg.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
bijna
De tank is bijna leeg.
links
Aan de linkerkant zie je een schip.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.