Woordenlijst
Litouws – Bijwoordenoefening
erg
Het kind is erg hongerig.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
samen
De twee spelen graag samen.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
bijna
Ik raakte bijna!
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.