Woordenlijst
Litouws – Bijwoordenoefening
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
al
Hij slaapt al.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
al
Het huis is al verkocht.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
altijd
Hier was altijd een meer.
veel
Ik lees inderdaad veel.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.