Woordenlijst
Deens – Bijwoordenoefening
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
erg
Het kind is erg hongerig.
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
gisteren
Het regende hard gisteren.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
al
Hij slaapt al.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
bijna
Het is bijna middernacht.