Woordenlijst
Deens – Bijwoordenoefening
ook
Haar vriendin is ook dronken.
bijna
De tank is bijna leeg.
eerst
Veiligheid komt eerst.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
nooit
Men moet nooit opgeven.
gratis
Zonne-energie is gratis.
bijna
Ik raakte bijna!
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
al
Het huis is al verkocht.