Woordenlijst
Deens – Bijwoordenoefening
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
samen
We leren samen in een kleine groep.
al
Hij slaapt al.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
veel
Ik lees inderdaad veel.