Woordenlijst
Deens – Bijwoordenoefening
gisteren
Het regende hard gisteren.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
bijna
Het is bijna middernacht.
gratis
Zonne-energie is gratis.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
echt
Kan ik dat echt geloven?
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
veel
Ik lees inderdaad veel.
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?