Woordenlijst
Deens – Bijwoordenoefening
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
buiten
We eten vandaag buiten.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
nooit
Men moet nooit opgeven.
te veel
Het werk wordt me te veel.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.