Woordenlijst
Portugees (PT) – Bijwoordenoefening
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
iets
Ik zie iets interessants!
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
bijna
De tank is bijna leeg.
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
weg
Hij draagt de prooi weg.
daar
Het doel is daar.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.