Woordenlijst
Portugees (PT) – Bijwoordenoefening
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
bijna
De tank is bijna leeg.
samen
De twee spelen graag samen.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
al
Het huis is al verkocht.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.