Woordenlijst
Portugees (PT) – Bijwoordenoefening
veel
Ik lees inderdaad veel.
erg
Het kind is erg hongerig.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
bijna
De tank is bijna leeg.
even
Deze mensen zijn verschillend, maar even optimistisch!
een beetje
Ik wil een beetje meer.
altijd
Hier was altijd een meer.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
weg
Hij draagt de prooi weg.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.