Woordenlijst
Portugees (PT) – Bijwoordenoefening
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
niet
Ik hou niet van de cactus.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
iets
Ik zie iets interessants!
weg
Hij draagt de prooi weg.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
te veel
Het werk wordt me te veel.
gisteren
Het regende hard gisteren.