Woordenlijst
Servisch – Bijwoordenoefening
in
De twee komen binnen.
veel
Ik lees inderdaad veel.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
samen
We leren samen in een kleine groep.
net
Ze is net wakker geworden.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
bijna
De tank is bijna leeg.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
altijd
Hier was altijd een meer.
erg
Het kind is erg hongerig.
daar
Het doel is daar.