Woordenlijst
Macedonisch – Bijwoordenoefening
veel
Ik lees inderdaad veel.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
samen
De twee spelen graag samen.
bijna
De tank is bijna leeg.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
in
De twee komen binnen.
al
Het huis is al verkocht.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.