Woordenlijst
Italiaans – Bijwoordenoefening
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
weg
Hij draagt de prooi weg.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
in
Ze springen in het water.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
samen
De twee spelen graag samen.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
gisteren
Het regende hard gisteren.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.