Woordenlijst
Italiaans – Bijwoordenoefening
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
echt
Kan ik dat echt geloven?
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
in
Ze springen in het water.
samen
We leren samen in een kleine groep.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
weg
Hij draagt de prooi weg.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
nu
Moet ik hem nu bellen?