Woordenlijst
Duits – Bijwoordenoefening
al
Hij slaapt al.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
gratis
Zonne-energie is gratis.
bijna
De tank is bijna leeg.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
samen
De twee spelen graag samen.
net
Ze is net wakker geworden.
uit
Ze komt uit het water.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.