Woordenlijst
Duits – Bijwoordenoefening
iets
Ik zie iets interessants!
een beetje
Ik wil een beetje meer.
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
erg
Het kind is erg hongerig.
buiten
We eten vandaag buiten.
net
Ze is net wakker geworden.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
samen
De twee spelen graag samen.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
bijna
De tank is bijna leeg.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.