Woordenlijst
Duits – Bijwoordenoefening
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
nu
Moet ik hem nu bellen?
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
te veel
Het werk wordt me te veel.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
eerst
Veiligheid komt eerst.
bijna
Het is bijna middernacht.