Woordenlijst
Turks – Werkwoorden oefenen
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
luisteren
Hij luistert naar haar.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
wegrijden
Toen het licht veranderde, reden de auto’s weg.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
verdenken
Hij verdenkt dat het zijn vriendin is.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.