Woordenlijst
Turks – Werkwoorden oefenen
besmet raken
Ze raakte besmet met een virus.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.
bekijken
Op vakantie heb ik veel bezienswaardigheden bekeken.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
drinken
Ze drinkt thee.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.