Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans
opdateer
Deesdae moet jy jou kennis voortdurend opdateer.
updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
stomslaan
Die verrassing slaan haar stom.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
blind word
Die man met die merke het blind geword.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
voor laat
Niemand wil hom voor by die supermark kassapunt laat gaan nie.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
aanvaar
Kredietkaarte word hier aanvaar.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
verdra
Sy kan nie die sang verdra nie.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
ondersoek
Bloed monsters word in hierdie laboratorium ondersoek.
onderzoeken
Bloedmonsters worden in dit lab onderzocht.
opstaan vir
Die twee vriende wil altyd vir mekaar opstaan.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
druk
Hy druk die knoppie.
drukken
Hij drukt op de knop.
uitgee
Die uitgewer gee hierdie tydskrifte uit.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
parkeer
Die fietse is voor die huis geparkeer.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.