Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/111750432.webp
rippuma
Mõlemad ripuvad oksa küljes.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
cms/verbs-webp/88615590.webp
kirjeldama
Kuidas saab värve kirjeldada?
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?
cms/verbs-webp/67955103.webp
sööma
Kanad söövad teri.
eten
De kippen eten de granen.
cms/verbs-webp/115291399.webp
tahtma
Ta tahab liiga palju!
willen
Hij wil te veel!
cms/verbs-webp/115267617.webp
julgema
Nad julgesid lennukist välja hüpata.
durven
Ze durfden uit het vliegtuig te springen.
cms/verbs-webp/95470808.webp
sisse tulema
Tule sisse!
binnenkomen
Kom binnen!
cms/verbs-webp/85191995.webp
läbi saama
Lõpetage oma tüli ja hakkake juba läbi saama!
overweg kunnen
Stop met ruziën en kunnen jullie eindelijk met elkaar overweg!
cms/verbs-webp/115224969.webp
andestama
Ma annan talle võlad andeks.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
cms/verbs-webp/119425480.webp
mõtlema
Malet mängides pead sa palju mõtlema.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
cms/verbs-webp/6307854.webp
juurde tulema
Õnn tuleb sinu juurde.
naar je toekomen
Het geluk komt naar je toe.
cms/verbs-webp/67880049.webp
lahti laskma
Sa ei tohi käepidemest lahti lasta!
loslaten
Je mag de grip niet loslaten!
cms/verbs-webp/71883595.webp
eirama
Laps eirab oma ema sõnu.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.