Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/74036127.webp
misse
Manden missede sit tog.
missen
De man heeft zijn trein gemist.
cms/verbs-webp/123786066.webp
drikke
Hun drikker te.
drinken
Ze drinkt thee.
cms/verbs-webp/81025050.webp
kæmpe
Atleterne kæmper mod hinanden.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
cms/verbs-webp/101890902.webp
producere
Vi producerer vores egen honning.
produceren
We produceren onze eigen honing.
cms/verbs-webp/104759694.webp
håbe
Mange håber på en bedre fremtid i Europa.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
cms/verbs-webp/107852800.webp
kigge
Hun kigger gennem en kikkert.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
cms/verbs-webp/114231240.webp
lyve
Han lyver ofte, når han vil sælge noget.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
cms/verbs-webp/71612101.webp
gå ind
Metroen er lige gået ind på stationen.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
cms/verbs-webp/120509602.webp
tilgive
Hun kan aldrig tilgive ham for det!
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
cms/verbs-webp/59250506.webp
tilbyde
Hun tilbød at vande blomsterne.
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
cms/verbs-webp/80116258.webp
evaluere
Han evaluerer virksomhedens præstation.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
cms/verbs-webp/116610655.webp
bygge
Hvornår blev Den Kinesiske Mur bygget?
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?