Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans
uittrek
Onkruid moet uitgetrek word.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
evalueer
Hy evalueer die prestasie van die maatskappy.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
lees
Ek kan nie sonder brille lees nie.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
vorm
Ons vorm ’n goeie span saam.
vormen
We vormen samen een goed team.
reis
Ons hou daarvan om deur Europa te reis.
reizen
We reizen graag door Europa.
verminder
Ek moet beslis my verwarmingskoste verminder.
verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
stap
Die gesin gaan Sondae stap.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
draai
Sy draai die vleis.
draaien
Ze draait het vlees.
walg
Sy walg vir spinnekoppe.
walgen van
Ze walgde van spinnen.
doen
Jy moes dit ’n uur gelede gedoen het!
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
gebruik
Selfs klein kinders gebruik tablette.
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.