Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/65199280.webp
løbe efter
Moderen løber efter sin søn.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
cms/verbs-webp/119188213.webp
stemme
Vælgerne stemmer om deres fremtid i dag.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
cms/verbs-webp/130814457.webp
tilføje
Hun tilføjer noget mælk til kaffen.
toevoegen
Ze voegt wat melk toe aan de koffie.
cms/verbs-webp/109434478.webp
åbne
Festivalen blev åbnet med fyrværkeri.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
cms/verbs-webp/123179881.webp
øve
Han øver sig hver dag med sit skateboard.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
cms/verbs-webp/82604141.webp
smide væk
Han træder på en smidt bananskræl.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
cms/verbs-webp/79322446.webp
introducere
Han introducerer sin nye kæreste for sine forældre.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
cms/verbs-webp/118343897.webp
arbejde sammen
Vi arbejder sammen som et team.
samenwerken
We werken samen als een team.
cms/verbs-webp/1502512.webp
læse
Jeg kan ikke læse uden briller.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
cms/verbs-webp/71883595.webp
ignorere
Barnet ignorerer sin mors ord.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
cms/verbs-webp/118485571.webp
gøre for
De vil gøre noget for deres sundhed.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
cms/verbs-webp/81986237.webp
blande
Hun blander en frugtjuice.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.