Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/101742573.webp
male
Hun har malet sine hænder.
schilderen
Ze heeft haar handen geschilderd.
cms/verbs-webp/120452848.webp
kende
Hun kender mange bøger næsten udenad.
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
cms/verbs-webp/118343897.webp
arbejde sammen
Vi arbejder sammen som et team.
samenwerken
We werken samen als een team.
cms/verbs-webp/88597759.webp
trykke
Han trykker på knappen.
drukken
Hij drukt op de knop.
cms/verbs-webp/131098316.webp
gifte sig
Minderårige må ikke gifte sig.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
cms/verbs-webp/53646818.webp
lukke ind
Det sneede udenfor, og vi lukkede dem ind.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
cms/verbs-webp/64053926.webp
overkomme
Atleterne overkommer vandfaldet.
overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.
cms/verbs-webp/123492574.webp
træne
Professionelle atleter skal træne hver dag.
trainen
Professionele atleten moeten elke dag trainen.
cms/verbs-webp/113316795.webp
logge ind
Du skal logge ind med dit kodeord.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
cms/verbs-webp/33463741.webp
åbne
Kan du åbne denne dåse for mig?
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
cms/verbs-webp/82669892.webp
Hvor går I begge to?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
cms/verbs-webp/61280800.webp
begrænse
Jeg kan ikke bruge for mange penge; jeg skal begrænse mig.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.