Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans
red
Die dokters kon sy lewe red.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
sny
Die haarkapper sny haar hare.
knippen
De kapper knipt haar haar.
werk
Sy werk beter as ’n man.
werken
Ze werkt beter dan een man.
vorder
Slakke maak slegs stadige vordering.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
skryf aan
Hy het verlede week aan my geskryf.
schrijven naar
Hij schreef me vorige week.
praat
Mens moet nie te hard in die bioskoop praat nie.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
sny op
Vir die slaai moet jy die komkommer op sny.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
sluit
Sy sluit die gordyne.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
hernu
Die skilder wil die muurkleur hernu.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
monitor
Alles word hier deur kameras gemonitor.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
verder gaan
Jy kan nie enige verder op hierdie punt gaan nie.
verder gaan
Je kunt op dit punt niet verder gaan.