Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/110775013.webp
skrive ned
Hun vil skrive ned forretningsideen sin.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
cms/verbs-webp/88597759.webp
trykke
Han trykker på knappen.
drukken
Hij drukt op de knop.
cms/verbs-webp/99725221.webp
lyve
Noen ganger må man lyve i en nødsituasjon.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
cms/verbs-webp/78973375.webp
få sykemelding
Han må få en sykemelding fra legen.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
cms/verbs-webp/43483158.webp
reise med tog
Jeg vil reise dit med tog.
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
cms/verbs-webp/80427816.webp
rette
Læreren retter studentenes essay.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
cms/verbs-webp/101383370.webp
gå ut
Jentene liker å gå ut sammen.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
cms/verbs-webp/119188213.webp
stemme
Velgerne stemmer om fremtiden sin i dag.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
cms/verbs-webp/82095350.webp
skyve
Sykepleieren skyver pasienten i en rullestol.
duwen
De verpleegster duwt de patiënt in een rolstoel.
cms/verbs-webp/115373990.webp
dukke opp
En stor fisk dukket plutselig opp i vannet.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
cms/verbs-webp/49853662.webp
skrive over
Kunstnerne har skrevet over hele veggen.
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.
cms/verbs-webp/34725682.webp
foreslå
Kvinnen foreslår noe til venninnen sin.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.