Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/110646130.webp
dekke
Hun har dekket brødet med ost.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
cms/verbs-webp/113842119.webp
passere
Middelalderen har passert.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
cms/verbs-webp/117953809.webp
tåle
Hun kan ikke tåle sangen.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
cms/verbs-webp/80116258.webp
vurdere
Han vurderer selskapets prestasjon.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
cms/verbs-webp/114593953.webp
møte
De møtte hverandre først på internettet.
ontmoeten
Ze ontmoetten elkaar voor het eerst op het internet.
cms/verbs-webp/129244598.webp
begrense
Under en diett må du begrense matinntaket ditt.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
cms/verbs-webp/68435277.webp
komme
Jeg er glad du kom!
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
cms/verbs-webp/21529020.webp
løpe mot
Jenta løper mot moren sin.
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.
cms/verbs-webp/23258706.webp
heise opp
Helikopteret heiser de to mennene opp.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.
cms/verbs-webp/55269029.webp
bomme
Han bommet på spikeren og skadet seg selv.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.
cms/verbs-webp/118780425.webp
smake
Hovedkokken smaker på suppen.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
cms/verbs-webp/102397678.webp
publisere
Reklame blir ofte publisert i aviser.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.