Woordenlijst

Leer werkwoorden – Sloveens

cms/verbs-webp/120128475.webp
razmišljati
Vedno mora razmišljati o njem.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.
cms/verbs-webp/53646818.webp
spustiti noter
Sneg je padal zunaj in spustili smo jih noter.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
cms/verbs-webp/125088246.webp
posnemati
Otrok posnema letalo.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
cms/verbs-webp/99602458.webp
omejiti
Ali bi morali omejiti trgovino?
beperken
Moet handel worden beperkt?
cms/verbs-webp/114052356.webp
zažgati
Meso se na žaru ne sme zažgati.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
cms/verbs-webp/68841225.webp
razumeti
Ne morem te razumeti!
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!
cms/verbs-webp/123203853.webp
povzročiti
Alkohol lahko povzroči glavobol.
veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.
cms/verbs-webp/119235815.webp
ljubiti
Resnično ljubi svojega konja.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
cms/verbs-webp/120259827.webp
kritizirati
Šef kritizira zaposlenega.
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
cms/verbs-webp/80427816.webp
popraviti
Učitelj popravlja naloge učencev.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
cms/verbs-webp/101765009.webp
spremljati
Pes ju spremlja.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
cms/verbs-webp/75195383.webp
biti
Ne bi smel biti žalosten!
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!