Woordenlijst
Leer werkwoorden – Bosnisch
ustati
Ona se više ne može sama ustati.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
skakati
Dijete veselo skače naokolo.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
provjeriti
Što ne znaš, moraš provjeriti.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
sortirati
Još uvijek imam mnogo papira za sortiranje.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
postojati
Dinosaurusi danas više ne postoje.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
pogriješiti
Pažljivo razmislite da ne pogriješite!
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
dogoditi se
Ovdje se dogodila nesreća.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
promijeniti
Mnogo se promijenilo zbog klimatskih promjena.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
proći pored
Dvoje prolaze jedno pored drugog.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
dobiti bolovanje
Mora dobiti bolovanje od doktora.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
pozvoniti
Ko je pozvonio na vrata?
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?