Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/112407953.webp
lytte
Hun lytter og hører en lyd.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
cms/verbs-webp/100585293.webp
snu
Du må snu bilen her.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
cms/verbs-webp/89636007.webp
signere
Han signerte kontrakten.
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
cms/verbs-webp/93221279.webp
brenne
Det brenner en ild i peisen.
branden
Er brandt een vuur in de open haard.
cms/verbs-webp/86996301.webp
forsvare
De to vennene vil alltid forsvare hverandre.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
cms/verbs-webp/114379513.webp
dekke
Vannliljene dekker vannet.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
cms/verbs-webp/114993311.webp
se
Du kan se bedre med briller.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
cms/verbs-webp/82604141.webp
kaste bort
Han tråkker på en bortkastet bananskall.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
cms/verbs-webp/17624512.webp
venne seg til
Barn må venne seg til å pusse tennene.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
cms/verbs-webp/42212679.webp
arbeide for
Han arbeidet hardt for sine gode karakterer.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
cms/verbs-webp/119269664.webp
bestå
Studentene besto eksamen.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
cms/verbs-webp/60625811.webp
ødelegge
Filene vil bli fullstendig ødelagt.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.