Woordenlijst

Leer werkwoorden – Pools

cms/verbs-webp/101742573.webp
malować
Pomalowała sobie ręce.
schilderen
Ze heeft haar handen geschilderd.
cms/verbs-webp/47225563.webp
myśleć
W grach karcianych musisz myśleć tak jak inni gracze.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
cms/verbs-webp/1502512.webp
czytać
Nie mogę czytać bez okularów.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
cms/verbs-webp/89025699.webp
nosić
Osioł nosi ciężki ładunek.
dragen
De ezel draagt een zware last.
cms/verbs-webp/124053323.webp
wysyłać
On wysyła list.
sturen
Hij stuurt een brief.
cms/verbs-webp/28581084.webp
zwisać
Sopelki zwisają z dachu.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
cms/verbs-webp/89635850.webp
wybierać
Podniosła słuchawkę i wybrała numer.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
cms/verbs-webp/75423712.webp
zmieniać
Światło zmieniło się na zielone.
veranderen
Het licht veranderde in groen.
cms/verbs-webp/122479015.webp
dopasować
Tkanina jest dopasowywana.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
cms/verbs-webp/121820740.webp
zacząć
Wędrowcy zaczęli wcześnie rano.
beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.
cms/verbs-webp/118485571.webp
robić
Chcą coś zrobić dla swojego zdrowia.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
cms/verbs-webp/116519780.webp
wybiegać
Ona wybiega w nowych butach.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.