Woordenlijst
Leer werkwoorden – Italiaans
deliziare
Il gol delizia i tifosi di calcio tedeschi.
verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.
pendere
Dei ghiaccioli pendono dal tetto.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
chiedere
Lui le chiede perdono.
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.
dipendere
È cieco e dipende dall’aiuto esterno.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
passare
L’acqua era troppo alta; il camion non poteva passare.
doorkomen
Het water was te hoog; de truck kon er niet doorheen.
annotare
Vuole annotare la sua idea imprenditoriale.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
allenarsi
Gli atleti professionisti devono allenarsi ogni giorno.
trainen
Professionele atleten moeten elke dag trainen.
passare la notte
Stiamo passando la notte in macchina.
overnachten
We overnachten in de auto.
iniziare
I soldati stanno iniziando.
beginnen
De soldaten beginnen.
proteggere
La madre protegge suo figlio.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.
dipingere
La macchina viene dipinta di blu.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.