Woordenlijst
Japans – Werkwoorden oefenen
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
uitspringen
De vis springt uit het water.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
klinken
Haar stem klinkt fantastisch.